Plato - wagenmenner

Hebben wij een ziel?

Momenteel ben ik met mijn tweede klassen bezig met het onderwerp ‘wijsgerige antropologie’ – het domein waarin er gekeken wordt naar wat de mens eigenlijk is. De vraag omtrent de ziel is daarbij vaste prik. Een vraag die door sommigen wellicht wordt afgedaan als alleen interessant voor gelovigen. Maar vandaag werd het mij nog eens duidelijk hoe relevant deze vraag eigenlijk is. Gezien de recente gebeurtenissen in de wereld, kun je jezelf namelijk afvragen of sommige mensen wel een ‘ziel’ hebben. Daar hoef je nog niet religieus voor te zijn.

Plato is een leuke en goede filosoof om deze vraag mee in te leiden. Hij legt zijn visie op de ziel uit in de Phaedrus middels de “metafoor van de wagenmenner” (246a-254e). Hieronder vind je mijn (voor de tweede klas aangepaste) versie van de beroemde metafoor. Voor wie benieuwd is, maar geen zin heeft om de hele dialoog te lezen (of haar niet in het bezit heeft).

De metafoor van de wagenmenner

“Stel je de menselijke ziel voor als een paard en wagen, zegt Plato. Op de bok zit een wagenmenner die twee gevleugelde paarden aanstuurt. Maar de paarden zijn moeilijk in toom te houden. Vooral het zwarte paard is nogal wild. Het zwarte paard is supersterk, maar niet erg mooi en het laat zich zonder na te denken meeslepen door allerlei lichamelijke behoeften en driften. Dit paard symboliseert het begerende deel van de menselijke ziel. Het witte paard is van een mooi en nobel oorlogsras, heeft een sterke wil en is zeer moedig. Dit paard staat voor het strevende deel van de ziel. Het witte paard helpt de grilligheid van het zwarte paard af te zwakken, maar is wispelturig. Soms luistert het wel, maar vanwege zijn sterke wil doet het toch vaak waar het zelf zin in heeft. Het is de taak van wagenmenner om de teugels stevig in handen te houden en de paarden te sturen naar waar hij wil dat ze heen gaan. De wagenmenner symboliseert het redenerende en kennende deel van de ziel. Plato noemt dit deel ook wel het verstand.

De menselijke ziel is volgens Plato onsterfelijk en hoort eigenlijk thuis hoog boven in de godenwereld, waar alles perfect is. Maar het wilde zwarte paard heeft ervoor gezorgd dat de ziel haar vleugels verloren heeft en dat de hele span met menner en paarden naar beneden is gevallen. Op aarde gestort kwam de ziel in het menselijk lichaam terecht. Dit lichaam heeft allerlei behoeften, zoals lekker eten, en dus ziet het zwarte paard kans om op hol te slaan met als gevolg dat het nóg moeilijker in toom te houden is. Als dat gebeurt, kan de ziel nooit zijn vleugels terug krijgen en naar boven vliegen. Plato ziet het lichaam dan ook als een soort gevangenis van de ziel.

Volgens Plato is het doel van elk mens – en zeker van filosofen! – om de ziel te bevrijden van de gevangenis van het lichaam zodat het weer terug kan keren naar de godenwereld. Hoe moeten we dat doen? We moeten ons zeker niet laten meesleuren door onze lichamelijke behoeften en een leven van genot nastreven, want dan wordt het zwarte paard nog veel wilder dan het al was en blijft de ziel gevangen. We moeten ook niet luisteren naar het witte paard, want die is wispelturig: het kan de goede kant opgaan, maar ook de slechte kant. Nee, we moeten bij alles wat we doen ons laten leiden door ons verstand en te blijven zoeken naar kennis over hoe we goed moeten leven. Als we dat doen, wordt het redenerende en kennende deel van de ziel steeds sterker. En dat is wat we willen. Want alleen dan, als de wagenmenner sterk genoeg is om beide paarden in bedwang te houden, zal het de ziel lukken om weer vleugels te krijgen en terug te vliegen naar de onsterfelijke en perfecte godenwereld.”

Het is wederom pijnlijk duidelijk geworden dat een kudde paarden bezig is alles plat te trappen deze dagen. En de wereld beeft en huilt onder haar aanraking.

Wat denk jij? Ik ben benieuwd!