Internet voor Dummies

Internet voor Dummies (uitgelegd in volkstuintaal)

Tot voor kort was ik een newbie wat betreft het Internet snappen. Oké, ik heb uiteraard niet helemaal onder een steen geleefd.  Ik weet hoe ik het moet gebruiken. Maar hoe het nu precies werkt… En al die termen: DNS-servers? IP-adres? Ik was al blij dat ik nog net de router wist aan te wijzen: dat kastje met die flikkerende lampjes in de hoek van de kamer dat er op miraculeuze wijze voor zorgt dat we op elk gewenst moment van de dag verbinding kunnen maken met de verste uithoeken van de wereld. Zolang we braaf elke maand blijven betalen aan die lui die internetproviders genoemd worden, natuurlijk.

Niet echt handig dus, als je een website wilt bouwen. Tijd voor een update. In dit soort gevallen probeer ik eerst steun en toeverlaat te vinden bij allemansvriend Wikipedia. Helaas liet het me nogal in de steek dit keer. En hard ook. Een voorbeeld:

“Een IP-adres, waarin IP staat voor Internet Protocol, is een adres waarmee een NIC (network interface card of controller), of in het Nederlands ‘netwerkkaart’, van een host in een netwerk eenduidig geadresseerd kan worden binnen het TCP/IP-model, de standaard van “het” internet.”

Eh, juist. Things just got even more complicated. Bedankt, Wikipedia. 

Gelukkig hoorde mijn vriend mijn kreten van pure wanhoop en schoot meteen te hulp.  Allereerst adviseerde hij me om de volgende video te bekijken:

Vervolgens begon mijn vriend zijn verhaal. En dat deed hij op een manier die met recht geniaal genoemd mag worden. Niet door met onbegrijpelijke termen en definities te strooien, maar door taal te gebruiken die ik wel versta. Volkstuintaal, om precies te zijn.

“Stel je voor dat je domein je stuk land is waar je een moestuin op gaat bouwen. Dit stukje land maakt deel uit van een volkstuincomplex, de server, dat je voor onbepaalde tijd pacht van de eigenaar van het complex: de hostingprovider. Je hostingprovider heeft je stuk land alvast voorzien van materialen waarmee je de tuin in kunt richten, zoals tuingereedschap en een schuur om de boel in op te bergen. Dit is het contentmanagementsysteem, waarmee je je website vorm kunt geven. In jouw geval is dat WordPress.”

Duidelijk.

“De domeinnaam, of URL, is de naam van jouw stuk land: de Groene Filosoof. De URL is eigenlijk het adres van jouw website en geeft haar precieze locatie weer op het Internet. De letterlijke locatie van de website heet het IP-adres. Een IP-adres bestaat uit een reeks cijfers: je zou het kunnen vergelijken met de geografische coördinaten van je moestuin in de echte wereld.  IP-adressen staan opgeslagen in zogenaamde DNS-servers: dit zijn als het ware grote telefoonboeken zodat bezoekers het adres van je tuin kunnen vinden. Denk James May.”

Oké, doe ik. Tot nu toe snap ik het. (hoop ik…)

“Er loopt een pad van en naar de tuin: dit is de bandbreedte. Je moet ervoor zorgen dat dit pad breed genoeg is om genoeg bezoekers aan te kunnen, anders wordt het file. Net als bij de echte volkstuin hebben bezoekers geen vrije toegang tot de website zelf, maar kijken ze als het ware vanaf het wandelpad de tuin in. Dit doen ze via een browser: het medium waarmee ze een blik op de tuin kunnen werpen. Ze zien dus alleen wat jij wilt dat ze te zien krijgen.”

Ik denk dat ik de bomen door het bos begin te zien. Moet ik nog meer weten?

“Je kunt je bezoekers flyers met gegevens over de tuin meegeven bij hun eerste bezoek, zodat ze de tuin volgende keer sneller kunnen vinden. Dit heet caching. Het belangrijkste is dat je onthoudt dat caching ervoor zorgt dat bij een volgend bezoek de website sneller geladen wordt.”

Handig.

“Bezoekers gooien vanaf het pad allerlei zooi de tuin in en jij laat ook weleens plantenresten liggen die eigenlijk op de composthoop moeten. Daarom dat je site een garbage collection-functie heeft: een vuilnisman die de  achtergebleven rommel voor je opruimt. Ze kunnen ook post sturen naar de tuin. Dat komt binnen op je mailadres.  Als je wilt, kunt je post ook laten doorsturen. De mailbox van de tuin fungeert dan als postbus. Sommige post is ongewenst: dat heet spam. Maar hier heb je iets speciaals voor: een waakhond die je de opdracht kunt geven om vies ruikende post aan de kant te leggen of meteen te verscheuren.”

Een vuilnisman én een waakhond? Awesome.

“Ik denk dat je nu alweer een stuk verder kunt.”

Inderdaad. Ik krijg spontaan weer adem. Thanks, love!

Wat denk jij? Ik ben benieuwd!